Stichting Museum Lambert Melisz

    
schaatsmuseum

Oprichtingsdatum, april 1995
Zuideinde 156a, Westzaan
Telefoon +31(0)-756179868


Doelstelling

De rijke schaatshistorie te behouden voor het nageslacht.

Het schaatsmuseum is gevestigd in het mooie Zaanse dorp Westzaan, op het terrein van de ijsclub. Het museum is in Zaanse stijlgebouwd door een klein groepje vrijwilligers. 
In een tijdsbestek van 5 jaar is dit prachtige museum gerealiseerd.

De stichting is financieel geholpen door vele bedrijven en obligatiehouders van zowel binnen als buiten de Zaanstreek

De collectie bestaat uit diverse soorten schaatsen, waaronder o.a. de Breinermoors, Wieger de Salis, West Frieseschaatsen en ook zgn. Koninginne schaatsen en - een top stuk- een paar zwaantjes schaatsen.

Op onderstaande foto ziet u een kleine greep uit de collectie die de stichting op dit moment beheert. Geflankeerd door een verscheidenheid aan lectuur van heden tot ver in het verleden. het museum stelt u in de gelegenheid om een blik in het verleden te werpen als het om sleeën gaat, een tiental staan of hangen er om bekeken te worden. tevens vindt u er enkele privé collecties van bekende Zaanse schaatsfanaten.

Openingstijden:
elke laatste zaterdag van de maand
13.00 -17.00 uur

Groepen op afspraak
+31(0)75-6175794
+31(0)75-6162225
+31(0)75-6179868

Toegangsprijs:
Volwassenen   € 1,15
Kinderen          € 0,70

Een bezoek aan het museum is zeker de moeite waard !!


Één van de vele uit het museum...

De COMBINOOR


Zo rond 1950 kwamen er in Nederland steeds meer geïmporteerde hoge noren op de markt en waren Jac.J. Lassche en J.Havekotte in Amsterdam begonnen met het maken van noren.

Om deze noren te kunnen beconcurreren bracht J. Nooitgedagt uit IJlst een houten Noor op de markt.

Het ontwerp was van J. Kaay schaatsenrijder en trainer, die ook in de Zaanstreek voor de NVBHS trainingen heeft gegeven zoals uit kranten verslagen blijkt.

Van de Peppel maakte de prototypes en in 1955 werd aan Nooitgedagt patent verleend op het model.

De Combinoor is een houten schaats zoals een houten of Stheemannoor, met daarin een buis bevestigd zoals bij stalen noren .

Zo rond 1900 werd door D.G. Minkerna in Oosterlittens ook zoiets schaats gemaakt die bekend is onder de naam Rodenhuis-Kingmaschaats, of de Combinoor hiervan afgekeken is, is niet bekend.

De Combinoor was voor toerrijders een goede laag bij het ijs staande schaats maar is heel kort in productie geweest en de schaats was vrij zwaar en duur .

 

 

 Zaanse Schaatsen

Als we over heel Nederland het aantal schaatsenmakers bekijken dan valt het op dat er in dit waterrijke gebied niet veel makers geweest zijn. Wel enkele makers van metalen schaatsen en de maker van de Narrenschaats. Want op een tentoonstelling van schaatsen in 1879 in Zaandijk werd de Narrenschaats van de smid J.H. Delheas bekroond. Het is een schaats met onbeklede hals die schuin omhoog steekt met aan het einde een of meer belletjes bevestigd die tijdens het rijden rinkelen net zoals het bellentuig bij de arrenslee. In Koog a/d Zaan is schaatsenmaker Hermanus Stevens bekend, maar zijn daar geen schaatsen met een stempel van gevonden wel verhalen en foto's. Hoelang hij schaatsen heeft gemaakt is niet bekend, maar wel dat hij bij de tentoonstelling in 1879 een eervolle vermelding heeft gekregen ,

 

 

Metalen Schoonrijdschaatsen                                    

De firma Stam uit Zaandijk maakte deze schaatsen in het jaar 1945 en deze werden toen geslepen door Jan Pel uit Zaandam. Nadat Stam sr. overleed stopte de fabriek met het maken van schaatsen. Jan Pel maakte in de oorlogsjaren ook schoonrijdschaatsen maar stopte er al voor de bevrijding mee. Wel bleef hij veellanger schaatsen slijpen en in de oorlog sleep hij veel in ruil voor eten wat hij bij de boeren haalde. Volgens mw. De Vries heeft Jan Pel in 1948 nog een paar schaatsen voor haar gemaakt.

 

Enkele goede schoonrijders in de Zaanstreek waren M. de Ruyter, Goedhart en mw De Vries-Bruin.

 

 

De Go-Aheadschaats

Een schaatsmodel wat niet zo veel gemaakt is en ongeveer in de periode van 1895 tot 1920 in Nederland zijn bloei kende. Bij een wedstrijd in 1887 in Slikkerveer werd deze schaats door Engelse hardrijders gebruikt en die werden daardoor de grote winnaars.

Zij reden op zogenaamde Runnerskates of Whittlesea-runners.  Het type schaats werd veel gebruikt in het Fen district ten noord oosten van Londen, en door de Engelse National Skating Association als officiële hardrijdschaats erkend. Het is een schaats die rond 1890 ook in Nederland door  verschillende grote schaatsenmakers werd gemaakt.

De schaats heeft een onbeklede korte hals die schuin omhoog steekt. Het ijzer of schenkel genoemd is bij de punt iets dikker dan het glijgedeelte. Het opvallende is dat het ijzer zo in het houtje zit dat de voorkant lager is dan de achterkant van de schaats, waardoor de rijder voorover lijkt te vallen (Go-Ahead)

Ook werd dit principe wel bij gewone Friesche schaatsen toegepast . In Duitsland werden in die tijd alle soorten schaatsen gemaakt zoals blijkt uit de 2 paar schaatsen die het museum pas geleden mocht ontvangen van de fam. G. Dekker uit Westzaan.

Deze schaatsen zijn zoals blijkt uit de stempels in Remscheid gemaakt en wel bij de firma Gustav Henckel en bij Robert Frohn & Sohn. Zo blijkt dat er nog vele schaatsen die toch wel bijzonder zijn bij de mensen op zolder of in de schuur liggen.

Dus vind U nog een paartje schaatsen laat het altijd even nakijken in het museum of het voor het nageslacht bewaard moet blijven.

 

 

 

 

Door Dick Hartman

Bron: Friese Schaatsenmakers van Drs. Wiebe Blauw